Betekenis van de iconen

 

De lesstof waar dit icoon bij staat wordt uitgelegd in de 1e of de 2e klas.

De lesstof waar dit icoon bij staat wordt uitgelegd in de 3e klas.

De lesstof waar dit icoon bij staat wordt uitgelegd in de 4e klas.

De lesstof waar dit icoon bij staat is lesstof die zowel voor NaSk 1 (natuurkunde) als voor NaSk 2 (scheikunde) belangrijk is.

De lesstof waar dit icoon bij staat is lesstof die alleen voor NaSk 1 (natuurkunde) belangrijk is.

De lesstof waar dit icoon bij staat is lesstof die alleen voor NaSk 2 (scheikunde) belangrijk is.

Opgaven die met de letter A worden aangeduid zijn kennisvragen. Met een kennisvraag kun je kijken of je feitenkennis kunt onthouden en later uit het hoofd kunt noemen.

Opgaven die met de letter B worden aangeduid zijn inzichtvragen. Bij inzichtvragen moet je een stuk kennis kunnen uitleggen in je eigen woorden. Je moet het hiervoor begrijpen.

Opgaven die met de letter C worden aangeduid zijn toepassingsvragen. Bij toepassingsvragen moet je de lesstof in een onbekende situatie gebruiken om een probleem op te lossen.

Opgaven die met de letter D worden aangeduid zijn analysevragen. Bij analysevragen leg je verbanden tussen stukken lesstof die los van elkaar zijn uitgelegd. Daarvoor moet je er echt op studeren. Met analysevragen breng je de kennis echt in de praktijk.

Leerdoelen met dit icoon ervoor moet je uit het hoofd leren.

Leerdoelen met dit icoon ervoor moet je oefenen door bijvoorbeeld de opgaven die er over gaan nog eens te maken.